
Wil je je expertise in voeding verdiepen?
Onze kennisbank biedt praktische inzichten, onderzoeksresultaten en voedingsadvies—van spijsverteringssystemen en samenstelling van diëten tot verrijkingstips en duurzaamheid.
Dieren in gevangenschap vertonen 20-75% minder foerageergedrag dan dieren in het wild. Alle tijd die niet gespendeerd wordt aan het verkrijgen van voedsel verhoogt de kans op abnormaal gedrag. Voerverrijking wordt regelmatig toegepast om abnormaal gedrag te voorkomen. Het vergroot de mentale en fysieke activiteit van het dier en verkleint de kans op abnormaal gedrag doordat de foerageertijd toeneemt. Voerverrijking kan worden gedefinieerd als het creëren van stimulerende situaties met als doel het stimuleren van soort-specifiek wild voedergedrag. Hieronder staan enkele voorbeelden van methoden die bij voerverrijking kunnen worden gebruikt. Voerfrequentie De voerfrequentie kan worden aangepast om zo goed mogelijk overeen te komen met het natuurlijke gedrag van het dier. De tijd en hoeveelheid momenten die een dier van nature kwijt is aan het verkrijgen van voedsel moet enigszins overeenkomen met de hoeveelheid voermomenten. Het is bijvoorbeeld onlogisch om een leeuw meerder keren per dag te voeren, aangezien zij in de natuur ééns per dag (of minder) jagen. Flexibele voermomenten Het is het verstandig om onregelmatige voermomenten te kiezen omdat dit bevorderlijk is voor het foerageer gedrag van het dier. Daarnaast verlaagt dit de kans op stereotiep gedrag, doordat een dier niet uitgaat van vaste voermomenten. In de natuur eet een dier ook niet stipt om 10:00 en om 17:00. Voerlocaties Het effect hiervan is dat een dier gestimuleerd wordt om opzoek te gaan naar het voedsel. Het voer kan bijvoorbeeld worden opgehangen of verstopt. Daarnaast wordt het begrip ‘scatter feeding’ veelal gebruikt. Hiermee wordt bedoeld dat het voer op strooiende manier gegeven kan worden, waardoor het zich verspreidt over de bodem. Voedselpuzzels Voedselpuzzels zijn attributen om het verkrijgen van voedsel uitdagender te maken voor het dier. Vaak zijn het objecten waar voedsel ingestopt kan worden (zoals een kooitje met nootjes erin). Het vergroot de tijd die besteed wordt aan het verkrijgen van voedsel en stimuleert ook de mentale en fysieke activiteit. Voervariaties Voervariaties kunnen goede opties zijn die ervoor zorgen dat het dier afwisseling heeft in het consumeren van het voer. Denk bijvoorbeeld aan: noten met dop, vlees met bot of bevroren vlees. Hierbij moet er uiteraard wel rekening gehouden worden dat het geschikt is voor het type dier. Zo kunnen bijvoorbeeld niet alle vogels grote noten met dop openen. Hieronder staan enkele voorbeeld filmpjes:
Waarom ontwikkelen we nieuwe producten? Wij helpen onze klanten graag met het oplossen van voedingsvragen en hebben daardoor veel contact met de dierentuinen. Dat is hoe we de meeste van onze ideeën krijgen om nieuwe producten te ontwikkelen. Als we zien dat er behoefte is aan een product maar niet de juiste oplossing kunnen vinden, overwegen we om het zelf te ontwikkelen. Soms hebben we gewoon een nieuw idee over een ingrediënt of grondstof die nog niet eerder is gebruikt, of een nieuwe vorm van pellets die we graag zouden willen proberen. Hoe beginnen we? Als we een idee hebben voor een nieuw product, beginnen we met onderzoek. We doen literatuuronderzoek en zoeken op de markt naar vergelijkbare producten. Natuurlijk dieet We doen een literatuurstudie naar het natuurlijk dieet van het dier waarvoor we het product maken. Vaak kun je het natuurlijk dieet van het dier niet precies kopiëren. Dit is ook niet altijd wenselijk vanwege de verschillende omgeving en mate van activiteit van wilde en in gevangenschap levende dieren. Je kunt het echter wel gebruiken als inspiratie voor de ingrediënten die in het voer gebruikt worden. Wanneer je bijvoorbeeld een dieet voor browsers maakt, is het belangrijk om rekening te houden met de juiste vezelbron. Giraffen zijn bijvoorbeeld typische selectieve browsers, wanneer je een dieet voor hen ontwikkelt moet de vezelbronnen aansluiten bij dit dieet. Met de juiste ingrediënten kun je een product ontwikkelen met een geschikt vezelgehalte en vezelfracties in de juiste verhoudingen. Verteringssysteem Om informatie te verzamelen over de behoeftes van het dier kun je ook het verteringssysteem bekijken. Het doel is om een voer te ontwikkelen dat op een effeciënte manier verteerd wordt. Het verteringsstelsel van het dier geeft vaak veel informatie over de voedingsbehoefte van een dier. Colobus apen bijvoorbeeld hebben ene hoog gehalte aan bladeren in hun natuurlijk dieet. Dit zie je ook duidelijk terug in hun verteringsstelsel. Met een grote vier-kamerige maag zijn ze heel goed in staat om vezels te verteren. In dit opzicht is het logisch dat ze een hoge vezelbehoefte hebben en dat suikers en zetmeel voor problemen kunnen zorgen door pensverzuring. Afbeelding van het verteringsstelsel van de colobus aap (Stevens 1995). Voedingsbehoefte Het derde deel van de literatuurstudie is het verzamelen van beschikbare information over de voedingsbehoefte van het dier. Soms zijn er studies gedaan naar specifieke nutriënten, dit is natuurlijk hele waardevolle informatie bij het samenstellen van een voer. Helaas is deze informatie niet over alle dieren beschikbaar, door de grote hoeveelheid verschillende dieren die in dierentuinen gehouden worden. Er kan echter ook naar studies gekeken worden over dieren met een vergelijkbaar verteringsstelsel. Dit kan als basis gebruikt worden voor de nutrientbehoefte van het dier waar je een voer voor ontwikkelt. Vergelijken van bestaande producten We bekijken ook vergelijkbare producten van andere producenten. We vergelijken ze en bekijken wat de verschillen zijn tussen deze producten. Dit gebruiken we als een basis en vragen ons af; Waarom is er voor deze ingrediënten gekozen? En wat willen wij gebruiken of juist anders doen? Het product samenstellen Als we al deze informatie hebben verzameld kunnen we gaan bepalen hoe het product eruit moet zien en wat de samenstelling moet worden. Samenstelling Zoals eerder uitgelegd baseren we de juiste samenstelling en analyse op de voedingsbehoefte van het dier. Als we ingrediënten kiezen is er nog iets anders waar we rekening mee houden: duurzaamheid. Welke impact heeft het ingrediënt op het mileu? Is er misschien een duurzamer alternatief wat we zouden kunnen gebruiken? Een goed voorbeeld hiervan is insectenmeel. Het insectenmeel dat wij gebruiken is een hoogwaardige eiwitbron gemaakt van de larven van de zwartesoldatenvlieg. De productie van insectenmeel is een stuk duurzamer vergeleken met andere veelgebruikte dierlijke eiwitbronnen. Dit komt onder andere doordat er minder uitstoot is van broeikasgassen, minder landgebruik en minder watergebruik tijdens productie. Bronnen die nodig zijn voor de productie van 10 kg eiwit van verschillende eiwitbronnen (Protix, 2019) Ook zijn insecten voor veel dieren een hele geschikte bron van eiwit omdat ze ook insecten in hun natuurlijk dieet hebben. Het aminozuurgehalte van de insecten matcht daarom heel goed met de behoeftes van deze dieren. Vorm en proces Niet alleen de samenstelling, maar ook de vorm en sturctuur van het product zijn belangrijk. Dit is één van de meest belangrijke factoren in de acceptatie van het dieet door het dier. In het algemeen zijn er drie opties; het maken van een geëxtrudeerde pellet, een geperste pellet of een poeder. De keuze tussen deze opties hangt of van het dier waar we het product voor maken. Primaten hebben bijvoorbeeld de voorkeur voor geëxtrudeerde pellets. Dit komt waarschijnlijk vooral door de harheid van de brok. Als de strucutur van de pellet te hard is zal de acceptatie laag zijn. De anatomie van het dier moet ook meegenomen worden in deze beslissing. Een goed voorbeeld hiervan zijn reuze miereneters; hun natuurlijk dieet bestaat uit mieren en termieten. Ze kunnen deze kleine insecten makkelijk verzamelen met hun lange tong. Het product dat we ontwikkelen moet natuurlijk makkelijk eten zijn voor het dier. Daarom hebebn we in gekozen voor een poeder voor onze DK Insectivore Diet, aan dit poeder moet water toegevoegd om een 'papje' te vormen. Dit kunnen de miereneters heel makkelijk opnemen met hun tong en zorgt niet voor blokkeringen in de snuit van het dier. DK Maintenance Hi-fibre, geëxtrudeerd DK Omnivore diet, geperst DK Insectivore diet, poeder Het vinden van een producent Als we besloten hebben wat de beste vorm is voor het product moeten we een producent vinden die dit voor ons kan maken. We hebben twee vaste fabrikanten voor de productie van onze producten. Zo kunnen we zowel geperste als geëxtrudeerde pellets laten maken, met of zonder dierlijk eiwit. Samen met de nutritionisten van deze bedrijven beslissen we wat de definitieve samenstelling wordt van het product en laten we een testbatch maken. Niet alle diervoederfabrikanten mogen dierlijk eiwit verwerken. Daarom zijn we recent gestart een eigen productielocatie bij Kiezebrink. Hier kunnen we poeders mixen die dierlijk eiwit bevatten. Dit geeft ons de kans om producten in poedervorm te produceren en om kleine testbatches van nieuwe producten te maken. Onze eigen productie van poeders (Kiezebrink, 2020) Testfase Als het product geproduceerd is kunnen we beginnen met de testfase. We hebben zelf helaas geen exotische dieren, maar we werken goed samen met veel dierentuinen in Nederland. Zij voeren onze nieuwe producten voor een bepaalde periode. Als je het product maar een dag zou voeren heb je altijd kans dat dieren het accepteren doordat het nieuw is. Wanneer je niet alleen de acceptatie maar ook het effect of het dier wil testen, zal je het voer voor een langere tijd moeten voeren. We verzamelen meestal feedback over de acceptatie en het effect op het dier, gemeten door faeces- en BSCscore en vachtkwaliteit. Hierna kunnen we nog aanpassingen doen als we nog niet tevreden zijn met de resultaten. Wanneer we tevreden zijn met de testfase, gaan we het product op de markt brengen. Introductie op de markt Wanneer het product op de markt is maken we samples om aan onze klanten te geven. Dit geeft ons de kans om feedback te krijgen en voor dierentuinen is dit een makkelijke manier om een product te proberen. We proberen in contact te blijven met de klanten die onze producten gebruiken, om feedback te krijgen over de effecten op de lange termijn en om op de hoogte te blijven voor welke diersoorten het product gebruikt wordt. We staan altijd open voor ideeën voor nieuwe producten en feedback over onze huidige producten. Wil je een idee met ons delen, of gebruik je een product en wil je feedback geven? Neem dan contact met ons op via [email protected] .
Onze producten en processen kunnen altijd beter en daar hebben we u voor nodig! Heeft u klachten, feedback of tips laat het ons weten doormiddel van het contactformulier. We streven ernaar om u binnen 3 werkdagen van een eerste antwoord te voorzien. Om u ook inzicht te geven in ons klachtenmanagement nemen wij u mee door het proces. Zodra een klacht binnenkomt, gaat deze altijd eerst naar de Quality control afdeling van ons bedrijf. Hier wordt de ernst van de klacht ingeschat en vanuit hier zal onderzocht worden wat en waar het misgegaan is in het proces. Waar nodig worden er aanpassingen aan het proces gedaan, om herhaling in de toekomst te voorkomen. Mocht het nodig zijn, wordt er samen met de klant gekeken naar een passende oplossing.
Kiezebrink beschikt over 4 geconditioneerde vrachtauto's en 1 geconditioneerde bus waarmee we bestellingen bij klanten in Nederland, Duitsland en België kunnen bezorgen. Doordat onze vrachtwagens geconditioneerd zijn is het mogelijk om zowel droogvoer- als diepvriesproducten te vervoeren. Onze vrachtwagens worden bestuurd door vaste chauffeurs en hebben een elektrische pompwagen in de auto staan. Hierdoor kunnen wij de producten tot bij de klant bezorgen. We proberen zoveel mogelijk op vaste momenten de routes te rijden. Nederlands is opgedeeld in verschillende regio’s. In deze regio’s komen wij een keer per drie of per vier weken de bestellingen leveren. Op de terugweg nemen wij vaak grondstoffen of andere producten weer mee naar Kiezebrink in Putten. Hierdoor rijden onze vrachtwagen maar weinig lege kilometers en dit is erg efficiënt.
Denkt u er wel eens over na waar de prooidieren die in de dierentuin gevoerd worden vandaan komen? Vaak worden deze speciaal voor diervoeding gekweekt. Het is natuurlijk fijn dat we op deze manier alle dierentuindieren van de juiste voeding kunnen voorzien maar duurzaam is het niet. Toch zijn er ook duurzamere opties om grote carnivoren te voeren: met prooidieren uit ‘reststromen’. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de haantjes van eendagskuikens. Maar wist u dat ook ganzen afkomstig zijn uit zo’n reststroom? We vertellen er graag wat meer over. Waarom worden wilde ganzen gevangen? De afgelopen jaren komen er steeds meer ganzen naar Nederland, Nederland is een ideale bestemming voor ganzen: overdag is er voldoende voedsel te vinden in de weilanden en akkers en 's nachts bieden onze wateren een veilige slaapplaats. Helaas zorgen deze grote hoeveelheden ganzen ook voor problemen. Boeren hebben last van de schade die ganzen veroorzaken en jagen de ganzen daarom van hun land. Ganzen zoeken daarom andere plekken en komen hierdoor vaak bij snelwegen en vliegvelden uit. Hier zijn nog rustige stukken gras te vinden, waar geen mensen of andere dieren komen. Voor de gans een ideale plek maar voor het (vlieg)verkeer een groot risico. Een aanrijding met een gans is zo gebeurt en kan grote schade veroorzaken. Hoe worden de ganzen gevangen? De ganzen worden bij elkaar gedreven en vervolgens met grote netten gevangen. Vervolgens worden ze snel gedood met behulp van CO2. Hoe is de kwaliteit van deze ganzen? Deze ganzen zijn compleet en bevatten dus alles wat een grote carnivoor nodig heeft. De ganzen zijn goed bevleesd en bevatten een mooie verhouding tussen vlees en bot. De organen zorgen voor een vitamine- en mineralenrijk voedselpakket. De veren werken als dierlijke vezel, een belangrijk onderdeel van het natuurlijk dieet van veel carnivore dieren. Na het doden worden deze ganzen snel terug gekoeld en ingevroren, hierdoor krijgen bacteriën weinig kans om te groeien en blijft de kwaliteit behouden. Kunnen deze ganzen besmet zijn met vogelgriep? Als er vogelgriep heerst in een gebied is het verboden om ganzen te vangen. Om zeker te zijn dat er geen vogelgriep heerst staan de vangbieden onder controle van toezichthouders. Als er dieren met vogelgriep aanwezig zijn is dit altijd goed te zien, deze dieren zijn (deels) verlamd en zullen niet weglopen en wegvliegen bij het vangen. Het hele vangproces staat onder toezicht van BOA’s. Hierdoor is het risico op vogelgriep in de gevangen ganzen nihil. Wanneer worden de ganzen gevangen? De ganzen worden voornamelijk in de ruiperiode gevangen. Vanaf ongeveer half mei is er een 3-weekse periode waarin de ganzen wisselen van oude naar nieuwe veren. In deze periode kunnen ze niet vliegen, hierdoor is het makkelijker om de dieren bij elkaar te drijven. Waarom kiezen voor ganzen? Samen kunnen we ervoor zorgen dat deze ganzen niet weggegooid hoeven te worden.Wanneer je prooidieren die speciaal voor dieren gekweekt worden, vervangt met ganzen maak je het dieet een stuk duurzamer.Ganzen zijn een nutritioneel hoogwaardig onderdeel van het menu van veel grote carnivoren.Doordat wij voorraad op kunnen bouwen in onze vriezers zijn ze het hele jaar beschikbaar.
Sinds februari 2019 is Kiezebrink officieel MSC-gecertificeerd. Dit betekent dat wij officieel vis met een MSC-keurmerk mogen verkopen. Vis met dit keurmerk komt uit een visserij die onafhankelijk gecertificeerd is volgens de MSC-standaard voor goed beheerde en duurzame visserij. De soorten dit wij op dit moment beschikbaar hebben met een MSC-keurmerk zijn: - Haring groot MSC - Sprot IQF MSC Wilt u meer informatie over dit keurmerk?
Duurzaamheid en dierenwelzijn zijn onderwerpen die steeds meer beginnen te leven. Ook bij Kiezebrink vinden we deze onderwerpen belangrijk, daarom willen we hier meer inzichtelijkheid in geven. Om de producten te scoren op duurzaamheid en dierenwelzijn is er gebruikt gemaakt van verschillende criteria. Welzijn is getest op de leefomstandigheden, transport en de methode van doden. Alle criteria zijn onderverdeeld in drie opties met respectievelijk 0, 1 en 2 punten. Des te hoger een product scoort des te beter. Hieronder is een beschrijving van alle gebruikte criteria te vinden. Leefomstandigheden Dierenwelzijn is niet makkelijk te meten en is afhankelijk van zowel de fysieke en mentale gezondheid van het dier. Een bekend hulpmiddel dat regelmatig wordt gebruikt zijn de 5 vrijheden. Dit zijn (1) vrij van dorst en honger, (2) vrij van ongemak, (3) vrij van pijn en ziekte, (4) vrij van angst en stress en (5) vrij om normaal gedrag te vertonen. De leefomstandigheden bepalen voor een groot deel in hoeverre deze 5 vrijheden toepasbaar zijn en is dus een belangrijk aspect voor dierenwelzijn. - Vee 2: De dieren hebben minimaal 6,6 m2 per individu, zachte ondergrond, natuurlijke verlichting en toegang tot buiten voor minimaal 7 maanden per jaar. 1: De dieren hebben minimaal 5,4 m² per individu, zachte ondergrond, natuurlijke verlichting en toegang tot buiten voor minimaal 6 maanden per jaar. 0: De levensomstandigheden schieten tekort om voor optie 2 en 1 in aanmerking te komen. - Paarden 2: De dieren hebben minimaal 12m2 per individu, natuurlijke verlichting en toegang tot buiten. 1: De dieren hebben ten minste 9m2 per individu en natuurlijke verlichting of toegang tot buiten. 0: De levensomstandigheden schieten tekort om voor optie 2 en 1 in aanmerking te komen. - Lammeren (schapen) 2: De dieren hebben minimaal 1,8m2 per individu, natuurlijke verlichting en toegang tot buiten. 1: De dieren hebben ten minste 1,25 m2 per individu en natuurlijke verlichting of toegang tot buiten. 0: De levensomstandigheden schieten tekort om voor optie 2 en 1 in aanmerking te komen. - Kippen 2: Er is een maximum van 13 dieren per m2, natuurlijke verlichting, een vorm van verrijking en toegang tot buiten. 1: Er zijn maximaal 12 dieren per m2, natuurlijke verlichting en een vorm van verrijking. 0: De levensomstandigheden schieten tekort om voor optie 2 en 1 in aanmerking te komen. - Kalkoenen 2: Er is een maximum van 6,5 dieren per m2, natuurlijke verlichting, een vorm van verrijking en toegang tot buiten. 1: Er is een maximum van 5 dieren per m2, natuurlijke verlichting en een vorm van verrijking. 0: De levensomstandigheden schieten tekort om voor optie 2 en 1 in aanmerking te komen. - Eenden 2: De dieren hebben minimaal 0,5m2 per individu, natuurlijke verlichting, toegang tot water en toegang tot buiten. 1: De dieren hebben ten minste 0,23 m2 per individu en natuurlijke verlichting of toegang tot buiten. 0: De levensomstandigheden schieten tekort om voor optie 2 en 1 in aanmerking te komen. - Kwartels 2: De dieren hebben ten minste 0,15 m2 per individu, natuurlijke verlichting en toegang tot buiten. 1: De dieren hebben ten minste 0,1 m2 per individu en natuurlijke verlichting of toegang tot buiten. 0: De levensomstandigheden schieten tekort om voor optie 2 en 1 in aanmerking te komen. - Duiven 2: De duiven hebben minimaal 0,4 m3 per individu, natuurlijke verlichting en tot buiten. 1: De duiven hebben minimaal 0,3 m3 per individu en natuurlijke verlichting of toegang tot buiten. 0: de levensomstandigheden schieten tekort om in aanmerking te komen voor optie 2 en 1. (wilde duiven krijgen 2 punten voor dit criterium) - Parelhoenders en fazanten 2: Er is een maximum van 13 dieren per m2, natuurlijke verlichting, een vorm van verrijking en toegang tot buiten. 1: Er zijn maximaal 12 dieren per m2, natuurlijke verlichting en een vorm van verrijking. 0: De levensomstandigheden schieten tekort om voor optie 2 en 1 in aanmerking te komen. - Konijnen 2: Er is een maximum van 12,5 dieren per m2, toegang tot onderdak, ruwvoer en knaagmateriaal. (beter leven keurmerk / parkkonijnen) 1: Er is een maximum van 16,7 dieren per m2 en toegang tot ruwvoer of knaagmateriaal. (welzijnskooien) 0: De levensomstandigheden schieten tekort om in aanmerking te komen voor optie 2 en 1. (conventionele huisvesting) - Ratten 2: De dieren hebben ten minste 600 cm2 per individu en een vorm van verrijking. 1: De dieren hebben minstens 350 cm2 per individu of een vorm van verrijking. 0: de dieren hebben minder dan 350 cm2 per individu en geen verrijking. - Muizen 2: De dieren hebben ten minste 100 cm2 per individu en een vorm van verrijking. 1: De dieren hebben ten minste 75 cm2 per individu of een vorm van verrijking. 0: de dieren hebben minder dan 75 cm2 per individu en geen vorm van verrijking. - Gerbils 2: De dieren hebben ten minste 250 cm2 per individu en een vorm van verrijking. 1: De dieren hebben ten minste 150 cm2 per individu of een vorm van verrijking. 0: de dieren hebben minder dan 150 cm2 per individu en geen verrijking - Hamsters 2: De dieren hebben ten minste 250 cm2 per individu en een vorm van verrijking. 1: De dieren hebben ten minste 200 cm2 per individu of een vorm van verrijking. 0: de dieren hebben minder dan 200 cm2 per individu en geen verrijking. - Cavia's 2: De dieren hebben ten minste 900 cm2 per individu en een vorm van verrijking. 1: De dieren hebben ten minste 500 cm2 per individu of een vorm van verrijking. 0: de dieren hebben minder dan 500 cm2 per individu en geen verrijking. - Zalm 2: De vis wordt extensief gekweekt. 1: De vis wordt intensief gekweekt met een dichtheid van minder dan 22 kg per m3. 0: De vis wordt intensief gekweekt met een dichtheid van meer dan 22 kg per m3. - (Ree) herten, hazen, kangoeroes, ganzen en vissen (met uitzondering van zalm) De vleessoorten zijn allemaal afkomstig van wilde dieren en krijgen 2 punten voor dit criterium. Verminkingen Verminkingen zijn procedures als onderdeel van een routinematige verzorging waarbij een deel van een dier wordt beschadigd of verwijderd. Deze verminkingen kunnen om meerdere redenen worden uitgevoerd. Onthoornen en het verwijderen van de snavelpunt zijn voorbeelden van verminkingen die bedoeld zijn om te voorkomen dat dieren elkaar later beschadigen. Andere verminkingen kunnen worden gedaan om ziekten / infecties te voorkomen. Ten slotte worden sommige verminkingen eenvoudig uitgevoerd omdat het het hanteren / houden van dieren eenvoudiger maakt, voorbeelden hiervan zijn de neusring bij vee of rondsel bij pluimvee. Omdat deze verminkingen invasieve procedures zijn, gaan ze gepaard met pijn en stress, intensiteit afhankelijk van de verminking en de manier waarop het wordt uitgevoerd. Daarom is het een belangrijk criterium om te beoordelen bij het bekijken van het algehele dierenwelzijn. - Koeien & Schapen 2: Er worden geen verminkingen uitgevoerd zonder verdoving. 1: Er worden niet meer dan twee verminkingen uitgevoerd zonder verdoving. 0: Er worden meer dan twee verminkingen uitgevoerd zonder verdoving. - Paarden & Kippen 2: Er worden geen verminkingen uitgevoerd zonder verdoving. 1: Er wordt niet meer een verminking uitgevoerd zonder verdoving. 0: Er wordt meer dan een verminking uitgevoerd zonder verdoving. Transport Om economische redenen is er de laatste jaren een stijging gezien in de transport tijd van dieren. Langere transport tijden zorgen echter ook voor verminderd welzijn. Tijdens het transport worden de dieren blootgesteld aan verschillende stressvolle stimuli, zoals meer menselijk contact en omgang, onbekende omgevingen, veranderingen in klimaat en onthouding van eten en water. Aangezien het transport de meest stressvolle gebeurtenis is gebleken voor dieren is dit een belangrijk punt om mee te nemen in de evaluatie van het welzijn. 2: De transporttijd naar het slachthuis is < 4 uur. 1: De transporttijd naar het slachthuis ligt tussen de 4 en 12 uur. 0: De transporttijd naar het slachthuis is > 12 uur. (Geen transport van dieren = 2 punten) Methode van doden Het doden van dieren gebeurt normaal gesproken in twee fasen, het dier wordt eerst verdoofd en vervolgens gedood/geslacht. De verdoving zorgt ervoor dat het dier bewustzijn verlies voor de rest van het proces begint. De uitzondering hier is het halal slachten. Hoe dit in zijn werk gaat verschilt per soort, land en ook slachterijen. Verschillende methoden gaan gepaard met verschillende hoeveelheden stress en pijn. De methode beslist dus grotendeels het welzijn van het die rop het moment van doden wat het een belangrijk aspect maakt voor welzijn. - Koeien 2: Het dier wordt geslacht nadat het verdoofd is met een bolt gun. 1: Het dier wordt geslacht nadat het elektische verdoofd is. 0: Het dier wordt geslacht zonder vooraf verdoofd te worden. - Paarden 2: Het dier wordt geslacht nadat het in het hoofd is geschoten. 1: Het dier wordt geslacht nadat het is verdoofd met een bolt gun. 0: Het dier wordt geslacht zonder vooraf verdoofd te worden. - Lammeren 2: Het dier wordt geslacht nadat het elektrisch verdoofd is. 1: Het dier wordt geslacht nadat het is verdoofd met een bolt gun. 0: Het dier wordt geslacht zonder vooraf verdoofd te worden. - Kippen 2: Het dier wordt geslacht nadat het individueel elektische verdoofd is of wordt vergast met een argon- of stikstofmengsel. 1: Het dier wordt eerst vergast met lage CO2 concentraties (<40%), waarna het gedood wordt met hogere concentraties. 0: Het dier wordt direct vergast met hoge CO2 concentraties (>40%). - Konijnen (vlees) 2: Het dier wordt geslacht nadat het elektrisch is verdoofd, met een bolt verdoving of vergast met een argon- of stikstof mengsel. 1: Het dier wordt geslacht na bedwelmd te zijn door BFT, cervicale dislocatie of begassen met alleen CO2 of CO. 0: Het dier wordt geslacht zonder vooraf verdoofd te worden. - Konijnen (heel dier) 2: Het dier wordt gedood nadat het elektische verdoofd is. 1: Het dier wordt vergast met een argon- of stikstofmengsel. 0: Het dier wordt vergast met alleen CO2 of CO. - Ratten en muizen 2: Het dier wordt geslacht nadat het individueel elektische verdoofd is of wordt vergast met een argon- of stikstofmengsel. 1: Het dier wordt eerst vergast met lage CO2 concentraties (<40%), waarna het gedood wordt met hogere concentraties. 0: Het dier wordt direct vergast met hoge CO2 concentraties (>40%). - Pasgeboren ratten, muizen, konijnen 2: Het dier is gedood door onderkoeling, waarbij contact met voorgekoelde oppervlakten vermeden wordt. 1: Het dier is gedood door onderkoeling, waarbij contact met voorgekoelde oppervlakten niet vermeden wordt. 0: Het dier is gedood door vergassing. - Herten & Hazen 2: Er is op dit dier gejaagd met vuurwapens. 1: Er is op dit dier gejaagd met vallen. 0: Er is op dit dier gejaagd met honden. - Kangoeroes Alle kangoeroes zijn geschoten aan de hand van Australische wetgeving en krijgen hiervoor 2 punten. - Vis 2: De vis is elektrisch of percussief verdoofd of is 'gespiked'. 1: De vis wordt door co2-narcose verdoofd of gekoeld 0: De ingewanden worden verwijderd zonder enige verdoving.
Duurzaamheid en dierenwelzijn zijn onderwerpen die steeds meer beginnen te leven. Ook bij Kiezebrink vinden we deze onderwerpen belangrijk, daarom willen we hier meer inzichtelijkheid in geven. Om de producten te scoren op duurzaamheid en dierenwelzijn is er gebruik gemaakt van verschillende criteria. Duurzaamheid is gescoord aan de hand van de ecologische voetafdruk, water voetafdruk, ASC & MSC, vangst methode, palmolie, soja, transport en de duurzaamheid van de leverancier. Alle criteria zijn onderverdeeld in drie opties met respectievelijk 0, 1 en 2 punten. Des te hoger een product scoort des te beter. Hieronder is een beschrijving van alle gebruikte criteria te vinden. Ecologische voetafdruk De productie van voeding levert een grote bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen, met name de productie van vlees en zuivel producten. De drie grootste invloeden in het proces zijn de energie (brandstof) die nodig is bij de productie, de voeding die nodig is in de vleesproductie en het landgebruik. De hoeveelheid uitstoot van broeikasgassen verschilt per soort vlees en gewas, waardoor het een belangrijk aspect is voor duurzaamheid. Niet alle gassen zijn even schadelijk, om de impact vergelijkbaar te maken wordt alles omgerekend naar een totale hoeveelheid CO2 die even schadelijk zou zijn (kg CO2-eq/kg). 2: De totale CO2-uitstoot voor dit product is <5 kg per geproduceerde kg vlees. 1: De totale CO2-uitstoot voor dit product ligt tussen de 5 en 10 kg per geproduceerde kg vlees. 0: De totale CO2-uitstoot voor dit product >10 kg per geproduceerde kg vlees. Water voetafdruk Water is een bron die onder steeds meer druk ligt door zowel stijgende consumptie als vervuiling. 27% van het totale watergebruik is terug te vinden in de productie van dierlijke goederen. Dit komt met name door het waterverbruik in de productie van dierenvoeding. Ook hier verschilt het waterverbruik per soort vlees en gewas waardoor het een belangrijk aspect is voor duurzaamheid. 2: Het water gebruik voor dit product is <4.000 liter per geproduceerde kg vlees. 1: Het water gebruik voor dit product ligt tussen de 4.000 en 8.000 liter per geproduceerde kg vlees. 2: Het water gebruik voor dit product is >8.000 liter per geproduceerde kg vlees. ASC & MSC Door een stijgende vraag komt er meer druk te staan op vispopulaties, hierdoor wordt zo’n 90% van de commerciële soorten overbevist. Naast overbevissing kunnen visserijen een negatieve invloed hebben door bijvangst, teruggooi, verstoring en vervuilding. Een groot deel van de geconsumeerde vis komt inmiddels van gekweekte vis (40% in 2014) maar ook dit kan nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Dit kan komen door verstoring van het ecosysteem, eutrofiëring van het water, chemische vervuiling en antibiotica gebruik. Door de grote impact de productie van vis kan hebben wordt duurzame vis steeds belangrijker. De MSC werkt met drie kern principes waar alle visserijen zich aan moeten houden om het keurmerk te ontvangen. Dit zijn: duurzame vis voorraad, minimaliseren van invloeden op het ecosysteem en het waarborgen van effectief management. De ASC werkt aan het duurzamer maken van de gekweekte vis. Standaarden van dit keurmerk zijn bijvoorbeeld de bescherming van lokale ecosystemen en biodiversiteit, duurzaam gebruik van diervoeding en vermindering van pesticiden en chemicaliën. Door middel van het keurmerk streven zowel de ASC en MSC voor meer duurzame bedrijven. 2: De vis heeft of een ASC of een MSC keurmerk. 1: De vis is wildgevangen zonder keurmerk. 0: De vis is gekweekt zonder keurmerk. Vangst methode Het MSC keurmerk laat al zien of een vis op een duurzame manier is gevangen. Mocht dit echter niet het geval zijn dan kan de vangst methode nog een groot verschil maken in hoe duurzaam een bedrijf is. Bepaalde methoden vernietigen biotopen wanneer de bodem verstoord wordt. Niet alleen kunnen systemen hierdoor kapot gaan maar ook de waterkwaliteit gaat omlaag door het opgeroerde sediment. Uitrusting dat verloren gaat in het water kan ook schadelijk zijn aangezien vissen er nog steeds door gevangen worden maar niet worden gebruikt. Afhankelijk van de gebruikte methode is het ook niet ongewoon dat onbedoelde soorten worden gevangen. Deze bijvangst kan grote impact hebben op bedreigde populaties. Al met al heeft de vangstmethode veel invloed op hoe duurzaam een bedrijf te werk gaat. 2: De vis is gevangen door 'potting & trapping, seining, trolling of midwater trawling'. 1: De vis is gevangen door 'dredging of longlining'. 0: De vis is gevangen door 'gillnetting of bottom trawling'. Palmolie De olie palm is ene hoogproductief gewas en de kosten voor de productie van palmolie zijn relatief laag. Hierdoor is het een wijd verspreid en nog steeds uitbreidend gewas. De stijgende productie zorgt echter voor de ontbossing van het tropisch regenwoud. Dit verlies van habitat is schadelijk voor veel voorkomende soorten. Daarnaast levert de productie van palmolie ook veel schadelijke bijproducten. Andere negatieve invloeden komen door het gebruik van gif, weghalen van habitat verbindingen en een stijgende vangst en handel in dieren. De mogelijke gevolgen van de palmolie laten het belang zien van duurzame productie. Door de RSPO gecertifieerde palmolie laat zien of het om duurzaam geproduceerde palmolie gaat of niet. 2: Er wordt geen palmolie gebruikt of de palmolie heeft een RSPO keurmerk. 1: Er wordt palmolie gebruikt van non-GMO palmbomen. 0: Er wordt palmolie gebruikt van GMO palmbomen. Sojabonen Net als bij palmolie is het grootste probleem bij de productie de ontbossing om ruimte te maken voor bewerkbaar land. Andere gevolgen die er nog bijkomen zijn de nodige infrastructuur, bodem erosie, vervuiling en het gebruik van pesticiden. Sojabonen groeien snel en hebben de hoogste nutritionele waarde van alle gewassen waardoor het zo’n veel gebruikt ingrediënt is geworden. Ook voor soja is er een keurmerk ontwikkeld, het RTRS, die laat zien of het om duurzaam geproduceerde producten gaat of niet. 2: Er worden geen sojabonen gebruikt of er worden sojabonen met een RTRS keurmerk gebruikt. 1: Er worden non-GMO sojabonen gebruikt. 0: Er worden GMO sojabonen gebruikt. Transport Een aspect dat bijdraagt aan de invloed op het milieu van een product, en dus de duurzaamheid, is de nodige transport. Langer transport gaat in het algemeen gepaard met meer vervuiling in de vorm van broeikasgassen. Door grondstoffen te gebruiken die dichtbij geproduceerd worden wordt het eindproduct duurzamer. Gemiddeld telt het transport voor zo’n 11% van de totale broeikasgassen. 2: Het product komt uit Nederland. 1: Het product komt uit Europa. 0: Het product komt uit een ander continent. Productie methode Hoe de productie van gewassen te werk gaat is natuurlijk van invloed op hoe duurzaam het is. Methoden kunnen op veel manieren verschillen, het gaat hier echter om of het product uit een kas komt. Groenten die op een open veld zijn gegroeid hebben een gemiddelde ecologische voetafdruk van 0,47kg co2. In een kas hebben dezelfde groenten een voetafdruk van 1,02 kg co2 wat naar 2,81kg stijgt als het om een verwarmde kas gaat. De invloed die de methode kan hebben op de hoeveelheid broeikasgassen maakt het dus een belangrijk aspect voor duurzaamheid. 2: Het gewas is afkomstig van het open veld. 1: Het gewas is afkomstig van een kas. 0: Het gewas is afkomstig van een verwarmde kas. Leveranciers Hoe duurzaam een product is hangt grotendeels af van hoe het producerende bedrijf handelt. Alle processen kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd waarbij sommige opties duurzamer zijn dan anderen. Als een bedrijf ervoor kiest om duurzamer te werk te gaan is dit ook van invloed op de duurzaamheid van het product. Verschillende maatregelen kunnen een product duurzamer maken, zoals vermindering van het water gebruik, verminderen vervuiling of het gebruik van groene energie. In hoeverre de leveranciers duurzaamheid in acht nemen is dus van invloed op het eindproduct. 2: De leverancier vindt duurzaamheid belangrijk en laat zien hoe hij bijdraagt. 1: De leverancier vindt duurzaamheid belangrijk maar laat niet zien of hij bijdraagt: 0: De leverancier laat niet zien of hij duurzaamheid belangrijk vindt.
Voor onze rauw voer producten maken we gebruik van dierlijke grondstoffen. Deze grondstoffen bestaan uit allerlei onderdelen zoals orgaanvlees, ruggen en nekken. Bij sommige grondstoffen bestaat het risico dat de schildklier nog aanwezig is, zoals bij nekken en strotten. Het risico hiervan is dat in het weefsel van de schildklier nog schildklierhormoon aanwezig kan zijn, wat voor gezondheidsproblemen kan zorgen bij honden en katten. Om er zeker van te zijn dat deze grondstoffen geen (restanten van) schildklierweefsel bevatten laten we ze analyseren op jodiumgehalte. De schildklierhormonen T3 en T4 bestaan voornamelijk uit jodium. Als de hoeveelheid jodium in de voeding laag is, kan er ook niet veel T4 inzitten. Uit deze analyses bleek dat strotten een hoog jodiumgehalte bevatten, daarom gebruiken wij deze niet. Andere grondstoffen zoals kippennekken en eendennekken bevatten weinig jodium (minder dan 0,1 mg/kg), deze worden dus wel in een aantal producten gebruikt.
Taurine is voor katten een essentieel aminozuur. Dit houdt in dat katten niet in staat zijn om zelf voldoende taurine aan te maken en het dus via de voeding binnen moeten krijgen. Er wordt altijd vanuit gegaan dat er voldoende taurine in vlees aanwezig is om de taurine behoefte van katten te dekken. Kiezebrink wilde dit graag zeker weten en heeft dus een analyse laten uitvoeren van de combinatie van alle Alaska kat worsten. Hieruit is gebleken dat de combinatie van alle soorten Alaska worsten (Alaska Kalkoen, Kip, Rund/kip, Konijn en Lam/Vis) 0.28 g taurine per 100 g droge stof bevat. De norm voor taurine voor katten is gesteld op minimaal 0.10 – 0.25 g per 100 g droge stof (FEDIAF, 2014). Dit betekent dat wanneer de worsten op de juiste manier gevarieerd worden, er met zekerheid vanuit gegaan kan worden dat de kat voldoende taurine binnen krijgt.
Het verhaal achter een goed etiket, wat gaat hier eigenlijk aan vooraf? Het begint met een design, dit design wordt door de drukker omgezet naar een bestand om te drukken. Zodra dit bestand goedgekeurd is zal het etiket gedrukt worden, dit gaat met zeer grote aantallen tegelijk. Om te voorkomen dat er veel verschillende soorten etiketten bij ons op voorraad liggen, hebben we gekozen een deel van het etiket zelf te bedrukken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gewicht en de barcode. Hier komt ook nog het een en ander kijken, eerst moet er in een speciaal programma een format gemaakt worden. Zodra dit afgerond is kunnen de etiketten getest worden om te kijken of alles wat op het etiket past wat we op het scherm hebben ingevuld. De inkt die wij gebruiken zit niet, zoals de meeste mensen gewend zijn, in een cartridge. Het zit op een plastic lint, samen met dit lint en de warmte van de printkop wordt het etiket bedrukt. In sommige gevallen hecht de inkt niet goed aan het etiket en kan het van het etiket afgeveegd worden of wordt de tekst niet scherp geprint. Dan moet er gekeken worden naar een nieuwe inktvariant. Daarbij werken wij in, voor een etiket, extreme omstandigheden. De omgevingstemperatuur ligt laag en er is een hogere luchtvochtigheid. Het etiket moet goed hechten aan een vettige ondergrond en moet zeer lage temperaturen kunnen weerstaan bij het terugkoelen naar -35 graden en tijdens de opslag bij -18 graden. Alle genoemde factoren zijn dus van invloed op de etiketten en maken het een leuke uitdaging om een perfect etiket te krijgen.
Rauwe voeders bevatten van nature verschillende bacteriën. Voor gezonde dieren zijn deze bacteriën normaal gesproken niet ziekmakend. Voor mensen, vooral jonge kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand, kunnen deze bacteriën mogelijk wel tot problemen leiden. Het is daarom belangrijk om op de juiste manier met rauw voer om te gaan. Denk bijvoorbeeld eens aan de rauwe kip die u voor uw eigen maaltijd bereidt. Ook dit vlees kan schadelijke bacteriën bevatten en daarom wordt er zorgvuldig en hygiënisch mee omgegaan. Wij maken op onze verpakkingen gebruik van het feed-raw-right logo. Hiermee proberen we de consument bewust te maken van het belang van het op een juiste manier omgaan met onze producten. Op de website feed-raw-right.eu zijn een aantal voorschriften opgesteld die van belang zijn bij het hanteren en voeren van rauw voer aan honden en katten.