
Wil je je expertise in voeding verdiepen?
Onze kennisbank biedt praktische inzichten, onderzoeksresultaten en voedingsadvies—van spijsverteringssystemen en samenstelling van diëten tot verrijkingstips en duurzaamheid.
Bij het formuleren van een juist dieet voor een dier is het noodzakelijk dat groenten worden gebruikt die voldoen aan de behoefte van het dier. De definitie van groente is: ‘alle eetbare delen van planten dat geen fruit of zaden zijn’. Deze ruime definitie zorgt ervoor dat groenten zeer divers zijn in voedingswaarde. Groenten kunnen verdeeld worden over vier categorieën: bladgroenten, wortelgroenten, fruitgroenten en overige groenten. De laatste twee categorieën worden soms ook samengenomen onder de noemer waterige groenten. In tabel 1 zijn voorbeelden te zien van de categorieën met bijbehorende groenten. Daaronder worden de nutritionele verschillen per categorie uitgelegd ondersteund door verschillende staafdiagrammen afkomstig uit tabel 2. Tabel 1. Verschillende groenten onderverdeeld in vier categorieën Bladgroenten Bladeren zijn de delen van planten waar de meeste fotosynthese plaatsvindt. Hierdoor zijn dit de delen van de plant waar vaak de meeste nutriënten zich bevinden. Zo zijn bladgroenten vaak rijk aan vitamines en mineralen. Daarnaast zijn bladgroenten een van de weinige natuurlijke bronnen van foliumzuur (vitamine B11), dat belangrijk is voor de aanmaak van rode bloedcellen en goeie werking van de zenuwen. Bladgroenten zijn laag in beschikbare koolhydraten maar relatief hoog in eiwit, vet en vezels. In tabel 2 zijn de voedingswaardes van enkele bladgroenten weergegeven. Wortelgroenten Wortelgroenten kunnen op basis van hun eigenschappen worden onderverdeeld in echte wortels en gemodificeerde stengels. Zo vallen zoete aardappel, wortels en cassave onder de echte wortels terwijl aardappelen, radijsjes en bieten voorbeelden zijn van gemodificeerde stengels. Wortelgroenten groeien voornamelijk onder de grond en functioneren als opslagruimte voor voornamelijk zetmeel. Hierdoor bevatten zij vaak ook een hoog gehalte aan vezels en beschikbare koolhydraten, die voornamelijk bestaat uit zetmeel in plaats van suikers. Daarentegen is de hoeveelheid water aan de lagere kant. In tabel 2 zijn de voedingswaardes van enkele wortelgroenten weergegeven. Fruitgroenten Onder fruitgroenten vallen onder andere tomaat, paprika en komkommer. Deze hebben allemaal een vlezige en zaadrijke textuur. Fruitgroenten zijn relatief laag in eiwit, vet, vezels, beschikbare koolhydraten en mineralen. Daarentegen bevatten zij een relatief hoge hoeveelheid water en vitamines. De beschikbare koolhydraten in fruitgroenten bestaan voornamelijk uit suikers en nauwelijks zetmeel, waardoor ook de totale hoeveelheid suiker relatief hoog is. In tabel 2 zijn de voedingswaardes van enkele fruitgroenten weergegeven. Overige groenten De categorie overige groenten bestaat zoals de naam al zegt uit groenten die lastiger te plaatsen zijn in een van de drie categorieën. Omdat deze categorie vrij divers is, is het wat lastiger om algemene uitspraken te doen. Een opvallende eigenschap die veel van deze groenten bezitten is dat ze voornamelijk uit een stengel bestaan. Ook bevatten deze groenten vaak een hoger gehalte aan eiwitten, vezels en vitamines. Daarentegen is de hoeveelheid beschikbare koolhydraten vaak wat lager. In tabel 2 zijn de voedingswaardes van enkele groentes binnen deze categorie weergegeven. *Grafieken zijn gemaakt op basis van de gemiddeldes van de verschillende categorieën in tabel 2* Tabel 2. Nutriëntensamenstelling van verschillende groenten onderverdeeld in vier categorieën Bron: Food composition and nutrition tables, Souci, Fachmann and Kraut, 7th revised and completed edition
Rauwe voeders en prooidieren bevatten van nature verschillende bacteriën. Voor gezonde dieren zijn deze bacteriën niet ziekmakend. Voor mensen, vooral jonge kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand, kunnen deze bacteriën mogelijk wel tot problemen leiden. Om diepvriesproducten op de juiste manier te bewaren en te ontdooien dien je de volgende voorschriften in acht te nemen: Bewaar de producten goed verpakt in de diepvries bij - 18°C. Wanneer het product in aanraking komt met lucht, dan kan het product langzaam uitdrogen en vermindert de voedingswaarde.Ontdooi het rauwe voer en prooidieren in een lekvrije en afsluitbare bak in de koelkast zodat het niet in aanraking komt met uw eigen voedsel.Bewaar het vlees niet langer dan 2 dagen in uw koelkast, mocht een kiloverpakking teveel zijn voor 2 dagen, verdeel de rol of zak dan in meerdere porties wanneer het product nog bevroren is.Voorkom kruisbesmettingen en was alles wat in aanraking is gekomen met het rauwe voer goed af met warm water en afwasmiddel of een desinfectiemiddel.Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de bacteriën zich zullen vermeerderen. Geef uw huisdier het rauwe voer in een koele ruimte en uit de zon.Als uw huisdier het rauwe voer niet binnen een uur heeft opgegeten, gooi het dan weg.Zorg ervoor dat er geen vliegen in de buurt van het rauwe voer kunnen komen. Vliegen kunnen bacteriën verspreiden.Zorg ervoor dat er geen kleine kinderen in de buurt van het rauwe voer kunnen komen. Onze Kiezebrink mixen bevatten enkel dierlijke grondstoffen, waarbij het voor kan komen dat er productvreemde materialen in de grondstoffen aangetroffen worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hagel in wild, of steentjes in fazant producten (vanuit de maag). Wij proberen, onder andere door middel van metaaldetectie, te voorkomen dat dit in het eindproduct terecht komt. Echter kunnen wij nooit helemaal uitsluiten dat dit niet in het eindproduct aangetroffen kan worden. Daarom raden wij aan om de mixen voor het voeren te inspecteren op de aanwezigheid van dit soort materialen.
Dat afwisseling belangrijk is voor een gebalanceerd dieet weten veel mensen wel. Maar wat houdt afwisseling eigenlijk in en waarom is het belangrijk? De juiste afwisseling Zowel bij de BARF producten van Kiezebrink als de Kiezebrink mixen is variatie noodzakelijk om een gebalanceerd menu te vormen. Deze producten zijn op zichzelf namelijk niet volledig. Dit betekent dat er gevarieerd moet worden met verschillende producten om een gebalanceerd dieet te voeren. Er zijn vier categorieën: Licht vlees, rood vlees, wild vlees en vis. Wanneer er iedere week minstens een soort eiwitbron uit elke categorie gevoerd wordt kan er vanuit gegaan worden dat er een gebalanceerd menu gevoerd wordt. Hieronder een overzicht met welke soorten eiwitbronnen in welke categorie vallen. Rood vlees RundLamPaardEend Wit vlees KipKalkoenKwartelKonijn Wild HaasFazantDuif Vis ZalmVette vis Waarom afwisseling? Honden en katten hebben behoefte aan allerlei voedingsstoffen. Wanneer er maar één soort vlees gevoerd wordt is de kans groot dat niet alle voedingsstoffen die de hond of kat nodig heeft hierin aanwezig zijn. Verschillende soorten vlees hebben namelijk ook verschillende voedingswaardes. Zo bevat vis een hoog percentage omega 3 vetzuren en selenium, rood vlees bevat veel vitamine B12 terwijl wit vlees juist een hoog percentage vitamine B3 en B6 bevat. Ook de opbouw van het eiwit in het vlees (de aminozuren) variëren per vleessoort. Vandaar dat het zo belangrijk is om alle soorten vlees te voeren, zodat de hond of kat een breed pakket aan voedingsstoffen binnen krijgt. Als het, bijvoorbeeld door een allergie, niet mogelijk is om voldoende af te wisselen is het verstandig om een supplement toe te voegen. Kiezebrink heeft twee supplementen in het assortiment voor de aanvulling van een rauw vlees dieet: Raw meat supplement no calcium, geschikt voor de aanvulling van een dieet dat vleesbot, spiervlees en eventueel orgaanvlees bevat.Raw meat supplement + calcium, geschikt voor de aanvulling van een dieet dat geen vleesbot bevat maar wel spiervlees en eventueel orgaanvlees. Dit supplement bevat calcium, wat er voor zorgt dat er geen problemen onstaan in de botontiwkkling van het dier wanneer er geen vleesbot gevoerd wordt. Beide supplementen bevatten alle aanbevolen vitamines en mineralen om de nutritionele behoefte van honden en katten te dekken. Naast het toevoegen van vitamines en mineralen kan het ook goed zijn om extra omega 3 vetzuren toe te voegen. Vis en wild vlees zijn hier de belangrijkste bronnen van. Als een menu deze onderdelen niet (voldoende) bevat, raden we aan om zalmolie toe te voegen als bron van omega 3 vetzuren. BARF dieet? Bij het voeren van BARF producten is het niet alleen belangrijk dat er gevarieerd wordt met soorten vlees maar ook met spiervlees, orgaanvlees en vleesbot. Hygiëne Rauwe voeders en prooidieren bevatten van nature verschillende bacteriën. Voor gezonde dieren zijn deze bacteriën niet ziekmakend. Voor mensen, vooral jonge kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand, kunnen deze bacteriën mogelijk wel tot problemen leiden. Het is daarom belangrijk dat er op de juiste manier met rauw vlees producten omgegaan wordt. Richtlijnen hiervoor zijn te vinden via deze link .
Kiezebrink is gespecialiseerd in rauw voer voor honden en katten. We hebben hier dan ook een heel breed assortiment in beschikbaar. Voor deze producten wordt gebruik gemaakt van dierlijke grondstoffen uit verschillende categorieën zoals wit vlees, rood vlees, vis en wild. Door producten uit al deze categorieën te voeren kan er een gevarieerd en gebalanceerd menu samengesteld worden. Wild De categorie wild bevat producten zoals hert, fazant, haas en duif. Deze dieren zijn in het wild geschoten, anders dan alle andere diersoorten die wij verkopen die in gevangenschap gefokt en met CO2 of een andere methode gedood zijn. Doordat deze dieren in het wild geleefd hebben is de samenstelling van het vlees ook anders, wild vlees bevat onder andere meer omega 3 vetzuren en is een hele goede toevoeging aan het menu van de hond of kat. Echter zitten er ook nadelen aan wild, doordat de dieren in contact geweest kunnen zijn met verontreinigde bodem en in sommige landen er nog geschoten mag worden met loden hagel. Hierdoor kan het vlees en de organen afkomstig van wilde dieren meer zware metalen bevatten dan van dieren in die gevangenschap opgegroeid zijn. Er is helaas weinig informatie bekend over de precies opname van deze zware metalen. Omdat het voeren van wild ook veel voordelen heeft raden wij deze producten wel aan, maar maximaal één keer in de week. Bronnen Gerofke et al. (2019), Heavy metals in game meat, Food safety assurance and veterinary public health no. 7. https://www.wageningenacademic.com/doi/epdf/10.3920/978-90-8686-877-3_24 Kral et al. (2015), Evaluation of mercury contamination in dogs using hair analysis, Neuroendocrinology Letters, vol. 36(1). https://www.nel.edu/userfiles/articlesnew/NEL360915A11.pdf Brand et al. (2019), Kennisoverzicht vraagstukken diffuus lood in de bodem, RIVM Rapport 2019-0006. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2019-0006.pdf Wani et al. (2015), Lead toxicity: a review, Interdisciplinary toxicology, vol. 8(2), https://content.sciendo.com/view/journals/intox/8/2/article-p55.xml Dżugan et al. (2012), Evaluation of heavy metals environmental contamination based on their concentrations in tissues of wild pheasant, Journal of Microbiology, Biotechnology and Food Sciences, Vol. 2 (1), https://www.jmbfs.org/wp-content/uploads/2012/08/jmbfs-Dzugan-B.pdf Valencak (2015), Healthy n-6/n-3 fatty acid composition from five European game meat species remains after cooking, BMC Research Notes vol. 8, (273). https://bmcresnotes.biomedcentral.com/articles/10.1186/s13104-015-1254-1
Er was al langer bekend dat het voeren van hele prooidieren aan katachtigen een positief effect heeft op de gezondheid van het maag-darmkanaal. Er is recent een onderzoek gedaan om meer te weten te komen waar dit door veroorzaakt wordt. Hiervoor werden aan een groep katten twee verschillende diëten gevoerd: gemalen muizen of hele muizen. Voor de studie kregen de katten geëxtrudeerde brokken. Om verschillende dingen te kunnen meten werden urine en ontlasting verzameld. Het maakte in de resultaten niet uit of er gemalen of hele muizen gevoerd werden. Beide diëten hadden een positief effect op de darmflora. De verhouding in vetzuren die geproduceerd werden door de darmbacteriën was beter, en er werden minder schadelijke fermentatieproducten geproduceerd. Deze studie liet dus een duidelijk positief effect op de darmgezondheid zien door het voeren van zowel gemalen en ongemalen muizen. Het is helaas volgens de huidige wetgeving niet toegestaan om muizen aan huiskatten te voeren omdat dit niet onder categorie 3a of 3b valt van dierlijke bijproducten. Toch is het waarschijnlijk dat dit effect ook geldt voor het voeren van het rauw voer, vergelijkbare effecten zijn ook in andere studies gezien. D’Hooghe SM-TJ, Bosch G, Sun M, et al. How important is food structure when cats eat mice? British Journal of Nutrition. 2024;131(3):369-383. doi:10.1017/S0007114523002039
De BARF (Biologically Appropriate Raw Food) methode houdt in dat het menu voor de hond of kat zelf samengesteld wordt. Onderdelen van een BARF dieet zijn: Vleesbot Ongeveer 50% van het samengestelde menu hoort uit vleesbot te bestaan. Vleesbot is een belangrijke bron van calcium en fosfor in het menu. Vleesbot kan van allerlei diersoorten gebruikt worden. Wel is het belangrijk dat er op de hardheid van het bot gelet wordt. In onderstaand overzicht wordt de hardheid van de verschillende vleesbot producten van Kiezebrink aangegeven. Één en twee botjes betekent zacht bot dat geschikt is voor beginnende BARF etende honden, jonge honden en katten. Producten met twee en drie botjes zijn geschikt voor honden met ervaring met BARF. Vijf botjes betekent hard bot dat zelfs voor ervaren BARFers te hard om te verteren is (en dus alleen geschikt is als kluifmateriaal). Niet alle vleesbotten bevatten dezelfde verhouding vlees en bot, de ideale verhouding tussen vlees en bot is 1:1. Deze verhouding is belangrijk omdat bot veel calcium bevat en vlees veel fosfor, calcium en fosfor moeten in een bepaalde verhouding (1:1 – 1:2) aanwezig zijn in het dieet om goed opgenomen te worden. Wanneer een bot weinig spiervlees bevat dient dit dus te worden aangevuld met extra spiervlees. Daarnaast zit in hard bot meer calcium dan in zacht bot. Het is belangrijk dat er goed gelet wordt op de ontlasting van de hond of kat, wanneer deze te hard is wijst dit vaak op teveel of te hard vleesbot in het menu. Vleesbotten mogen nooit gebakken, gekookt of verhit worden omdat de botten dan kunnen gaan splinteren, wat gevaarlijk kan zijn bij consumptie door het dier. Orgaanvlees Een gebalanceerd menu bevat ongeveer 15% orgaanvlees. Het is belangrijk dat er gevarieerd wordt met verschillende organen zoals; hart, pens, niertjes, long en lever. Deze organen variëren in aminozuurprofielen en vitamines en mineralen. Lever is bijvoorbeeld een belangrijke bron van vitamine A, mede hierom adviseren we om lever te voeren maar niet meer dan 5%. Vitamine A (en D, E en K) zijn vet oplosbaar en kunnen dus over gedoseerd worden. Ook heeft lever een laxerend effect. Wanneer de hond of kat te dunne ontlasting heeft wijst dit vaak op een te hoog percentage orgaanvlees in het menu. Spiervlees Spiervlees is een belangrijke bron van aminozuren, zink en vitamine B12. Er wordt geadviseerd om ongeveer 30% spiervlees te voeren. Dit percentage is erg afhankelijk van de hoeveelheid spiervlees op de vleesbotten die gevoerd worden. Overig Tot slot kan het menu worden aangevuld met zaden, groente, fruit, eieren en oliën. Deze toevoegingen kunnen zorgen voor extra vitamines, mineralen, vezels en vetzuren. Indien er niet minimaal een keer per week vis wordt gevoerd dient dat bijvoorbeeld gecompenseerd te worden met visolie. Soorten vlees Het is niet alleen belangrijk om te variëren met spiervlees, vleesbot, orgaanvlees en overige producten maar ook om te variëren met eiwitbronnen. NRV Methode Een andere voermethode is de NRV methode (Natuurlijk Rauw Voeding). Bij het voeren volgens deze methode worden hoofdzakelijk hele prooidieren gevoerd. Prooidieren die gevoerd worden zijn: vis (sprot, haring, sardine etc.), eendagskuikens, muizen, kwartels, duiven, cavia’s, konijnen en kippen. Ook bij deze voermethode is variatie belangrijk. Supplementen Wanneer er, om welke reden dan ook, een onderdeel mist in het dieet is het verstandig om een supplement toe te voegen. Kiezebrink heeft twee supplementen in het assortiment voor de aanvulling van een rauw vlees dieet: Raw meat supplement no calcium, geschikt voor de aanvulling van een dieet dat vleesbot, spiervlees en eventueel orgaanvlees bevat.Raw meat supplement + calcium, geschikt voor de aanvulling van een dieet dat geen vleesbot bevat maar wel spiervlees en eventueel orgaanvlees. Dit supplement bevat calcium, wat er voor zorgt dat er geen problemen onstaan in de botontiwkkling van het dier wanneer er geen vleesbot gevoerd wordt. Beide supplementen bevatten alle aanbevolen vitamines en mineralen om de nutritionele behoefte van honden en katten te dekken. Naast het toevoegen van vitamines en mineralen kan het ook goed zijn om extra omega 3 vetzuren toe te voegen. Vis en wild vlees zijn hier de belangrijkste bronnen van. Als een menu deze onderdelen niet (voldoende) bevat, raden we aan om zalmolie toe te voegen als bron van omega 3 vetzuren. Hygiëne Rauwe voeders en prooidieren bevatten van nature verschillende bacteriën. Voor gezonde dieren zijn deze bacteriën niet ziekmakend. Voor mensen, vooral jonge kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand, kunnen deze bacteriën mogelijk wel tot problemen leiden. Het is daarom belangrijk dat er op de juiste manier met rauw vlees producten omgegaan wordt.
Wij verkopen prooidieren die op 3 verschillende manieren gekweekt worden: SPF gekweekte prooidierenCommercieel gekweekte prooidierenCommercieel gekweekte prooidieren die doorstraald zijn SPF gekweekte prooidieren De SPF prooidieren zijn dieren die specifiek worden gefokt en gehouden onder omstandigheden die vrij zijn van specifieke pathogenen (ziekteverwekkers). Het zijn kweekbedrijven die optimale kweekstandaarden hanteren, zoals het gebruik van steriele kweekruimtes, het verstrekken van steriel voedsel en geen gebruik maken van medicatie. Het woord "SPF" staat voor Specific Pathogen-Free , wat betekent dat deze dieren vrij zijn van bepaalde micro-organismen die ziekten kunnen veroorzaken. Onze SPF muizen, ratten en hamsters worden getest op : Virussen: Muizen: Murine hepatitisvirus (MHV), Mouse parvovirus (MPV), Sendai-virus, Ectromelia (mousepox), Mouse norovirus (MNV).Ratten: Rat coronavirus (RCV), Kilham rat virus (KRV), Hantavirus, Rat theilovirus (RTV). Bacteriën: Muizen en ratten: Helicobacter spp., Mycoplasma pulmonis, Salmonella spp., Clostridium piliforme (Tyzzer's disease). Parasieten: Muizen en ratten: Syphacia spp. (pinworms), Myobia musculi (fur mites), Giardia spp. SPF prooidieren worden vaak gebruikt in wetenschappelijk onderzoek, zoals biomedisch onderzoek. Voor deze onderzoeken is het belangrijk om resultaten te verkrijgen die niet worden beïnvloed door ziekten. De “overproductie” van deze SPF gekweekte prooidieren zijn uitermate geschikt voor het voeren van dierentuindieren, roofvogels en reptielen. Doordat dit type prooidier geen specifieke pathogenen dragen, is het risico op een evt. ziekte besmetting door een prooidier bij mens of dier praktisch onmogelijk. Onze SPF prooidieren worden gekweekt in Duitsland, Frankrijk, Nederland en China. Commercieel gekweekte prooidieren Onze commercieel gekweekte prooidieren worden gekweekt in kweekfarms in en buiten de EU. Zij hebben minder strikte regels dan een SPF kwekerij hanteert, maar ook hier gelden natuurlijk de wettelijk verplichten veiligheidsnormen. Deze kwekerijen worden jaarlijks bezocht door een dierenarts en per kwartaal worden hun dieren op aanwezigheid van Salmonella getest. Bestraalde commercieel gekweekte prooidieren Bestraalde prooidieren worden behandeld met ioniserende straling om eventueel aanwezige potentiële pathogenen zoals bacteriën, virussen, parasieten en schimmels te doden, terwijl de voedingswaarde van het dier grotendeels behouden blijft. Het gebruik van bestraalde prooidieren biedt verschillende voordelen, vooral in omgevingen waar de gezondheid van de voedende dieren of het behoud van steriele condities cruciaal is. Hier zijn enkele van de belangrijkste voordelen: Verminderde kans op ziekteoverdracht : Door prooidieren te bestralen, wordt het risico op de overdracht van ziekten van prooidieren naar roofdieren of andere dieren sterk verminderd. Dit is vooral belangrijk in dierentuinen, fokprogramma's, en bij het houden van exotische dieren, zoals reptielen. Verlengde houdbaarheid: Bestraalde prooidieren hebben vaak een langere houdbaarheid, omdat de straling de groei van bederf veroorzakende micro-organismen vertraagt. Dit maakt het gemakkelijker om voedsel in te slaan en te bewaren zonder dat het snel bederft. Behouden van voedingswaarde: De bestraling doodt de ziekteverwekkers zonder de voedingswaarde van het dier significant te beïnvloeden. Dit betekent dat de roofdieren de noodzakelijke voedingsstoffen blijven ontvangen zonder blootstelling aan schadelijke bacteriën.
We hebben twee verschillende soorten schildpaddenvoeders van Mazuri in ons assortiment. Tortoise diet is de meest bekende, een heel populair product voor schildpadden. Nu hebben we ook Tortoise diet LS beschikbaar, maar wat is eigenlijk het verschil? Kort samengevat bevat de ‘normale’ Tortoise diet ten opzicht van Tortoise diet LS meer zetmeel en een hoger vezelgehalte. LS staat dan ook voor Low Starch. Dit maakt deze brok geschikter voor de echte grasetende schildpadden, terwijl de ‘normale’ Tortoise diet ook geadviseerd wordt voor meer omnivore soorten. Onderstaand een overzichtje van welk voer voor welke soort geadviseerd wordt. Tortoise diet: Geochelone platynota, Geelkoplandschildpad, Kolenbranderschildpad, gewone doosschildpad (volwassen), bosbeekschildpad Tortoise diet LS: aldabra reuzenschildpad, sporenschildpad, woestijnschildpad, Egyptische landschildpad, galapagosreuzenschildpad, gopherschildpad, Moorse landschildpad, panter schildpad, spleetschildpad, stralenschildpad Maar informatie kunt u vinden op de productsheets:
Plantaardig materiaal is relatief moeilijk verteerbaar door o.a. de aanwezigheid van vezelrijke celwanden. Door deze celwanden kost het kauwen en verteren van plantaardig materiaal meer energie. Om deze celwanden af te breken en energie vrij te krijgen zijn herbivoren afhankelijk van bepaalde bacteriën tijdens het fermentatie proces. Daarnaast is het energiegehalte van plantaardig materiaal een stuk lager dan dat van dierlijke producten, waardoor de voedselinname van veel herbivoren een stuk hoger ligt dan bij carnivoren en omnivoren. Verschillen tussen browse en grassen Er zijn grote verschillen tussen het plantaardig materiaal dat gegeten wordt door herbivoren. De voornaamste verschillen zitten tussen de categorieën: grassen en browse (zie tabel). Allereerst bestaan grassen uit dikkere langzaam verteerbare vezels (cellulose) en browse uit dunne snel verteerbare vezels. Daarentegen heeft browse vaak meer onverteerbare vezels van lignine. De dikte en hoeveelheid onverteerbare vezels zijn afhankelijk van het seizoen, waardoor de nutritionele waarde van browse sterker fluctueert. Daarentegen zijn grassen gedurende het hele jaar stabieler. Ten tweede zit er verschil tussen de beschermingsmechanismen van grassen en browse. Zo hebben grassen meer silica, wat zorgt voor het slijten van tanden; en browse meer tannine, die de verteerbaarheid verminderen. Ten derde zit er verschil tussen de manier van groeien waardoor grassen een stabielere vorm van voeding zijn voor grote herbivoren, terwijl browse juist meer diversiteit in het voedingspatroon brengt. Bron: (Shipley, 1999) Classificering van browsers en grazers Verschillende herbivoren maken gebruik van verschillende plantdelen. Volgens Hofmann and Stewart (1972) zijn er drie groepen: 1) Grazers, waarbij <25% browse is; 2) Browsers, waarbij >75% browse is; of 3) Intermediates, die zowel grassen als browse selecteren. Door verschillende plantendelen te eten, kunnen veel verschillende soorten herbivoren op dezelfde plek leven zonder rechtstreeks met elkaar te concurreren om voedsel. Volgens Hofmann (1989) kunnen herbivoren ingedeeld worden als 25% grazers, 40% browsers, en 35% intermediates. De tabel hiernaast geeft een voorbeeld van zo’n indeling. In welke groep een dier is ingedeeld is deels op subjectieve basis en daarom niet zwart-wit. Bron: (Hofman, 1989) Verschil in vertering tussen browsers en grazers Het verteringstelsel van browsers en grazers zijn gespecialiseerd om zo goed mogelijk het eten uit hun voorkeur dieet te verteren. Grazers hebben tanden nodig met een hoge kroon, korte tandwortels en extra glazuur vanwege snelle tandslijting door vezelrijk en silicarijk materiaal. Daarentegen hebben browsers hebben kortere kronen en langere tandwortels. De vorm van de snuit verschilt ook tussen beide; grazers hebben vaak een grotere snuit waardoor meer materiaal gegeten kan worden, echter kunnen zij hierdoor slechter selectief grazen. Browsers hebben een smallere snuit, langere tong en relatief grotere mondopening. Hiermee kan voedsel goed geselecteerd worden door bijvoorbeeld bladeren van een tak te strippen. Management Om alle herbivoren van een goed dieet te voorzien is het belangrijk om te weten binnen welke categorie ze horen. Over het algemeen geldt dat fruit wordt afgeraden en een zoutsteen wordt aangeraden. Verder kunnen grazers gevoerd worden met verschillende hooisoorten en eventueel een kleine hoeveelheid browse. Browsers kunnen met verschillende varianten browse gevoerd worden en aanvullend met wat ruwvoer (zoals luzerne). Intermediates kunnen met zowel hooisoorten als browsesoorten gevoerd worden, waarbij een verhouding van 50:50 wordt aangeraden. Zowel hooisoorten als browse varianten kunnen droog en vers gecombineerd gevoerd worden.
Kiezebrink is de officiële exclusieve Europese importeur van het Zuid-Afrikaanse product ‘Boskos’. Letterlijk vertaald betekent Boskos; Voer uit het bos. Het is een droogvoer voor herbivoren dat is gemaakt van versnipperde en gedroogde struiken uit de Afrikaanse savanne zoals Acacia soorten. De dieren lijken Boskos instinctief te herkennen, omdat het voor het grootste gedeelte uit natuurlijke producten bestaat die de dieren in het wild ook eten. Boskos wordt in Afrika gevoerd als wintervoeding in natuurparken en wildparken, in rehabilitatie centra en in dierentuinen. Langzaamaan verovert Boskos ook de Europese dierentuinen, omdat de dieren het best gedijen als hun natuurlijke voedsel wordt gevoerd. Speciaal voor de klanten van Kiezebrink is een film gemaakt over het proces achter de Boskos. Bekijk hieronder de nieuwe Boskos film. De Boskos film van Wes Enterprises is hieronder te zien:
We hebben een onderzoek laten uitvoeren om de deeltjesgrootte van Boskos Browser pellets te laten analyseren. Via onderstaande link kun je het resultaat openen:
Gevarieerd voeren Om de nodige nutriënten te voeren wordt aangeraden om te zorgen voor variatie in het dieet van dieren. Verschillende onderdelen in het menu dragen bij aan de voedingsbehoefte van het dier. Zo bevat het menu in totaal genoeg eiwit, vet, vezels en andere (micro)nutriënten. Het is een misverstand dat deze variatie iedere dag aangeboden moet worden. Sterker nog, als er dagelijks een menu met veel variatie aangeboden kan dit uiteindelijk juist zorgen voor een armer dieet. Veel dieren zijn van nature selectief, ze zullen dus uit dit brede aanbod een aantal producten selecteren en opeten. De rest kunnen ze laten liggen, of wanneer dieren in groep gehuisvest worden blijven altijd dezelfde onderdelen achter voor de dieren die lager in rang zijn of later bij de voerbak komen. Om dit te voorkomen kan de methode van ‘forced variety’ toegepast worden. Dit betekent dat het dieet alsnog de nodige variatie bevat maar deze variatie verspreid over de week aangeboden wordt. Tijdens ieder voermoment wordt er dus maar één product aangeboden, waardoor selectie niet meer mogelijk is. Op onderstaande beelden, afkomstig van Ben Lamberigts van Wisbroek, worden duidelijke voorbeelden gegeven van hoe zo’n menu eruit ziet als het gemengd of per product aangeboden wordt gedurende vijf voermomenten.
Vogelspinnen eten in de natuur vaak grote insecten of kleine reptielen. Ze zijn dus goed in staat om dierlijk voedsel te verteren. Ook eendagskuikens zouden hier in principe geschikt voor kunnen zijn. Echter, aan het voeren van eendagskuikens aan een vogelspin kunnen risico's zitten. Deze risico's hebben te maken met bestrijdingsmiddelen die gebruikt kunnen worden in de legpluimveesector. Een veelvoorkomende parasiet in deze sector is de vogelmijt, ook wel bloedluis genoemd. Bloedluizen zijn een gevaar voor mens en dier omdat ze ziektes over kunnen brengen maar ook kunnen leiden tot verzwakking van het dier. Om bloedluizen te bestrijden, kan in de legpluimveesector gebruik worden gemaakt van bestrijdingsmiddelen met als werkzame stof permethrin. Permethrin tast het zenuwstelsel van de parasiet aan waardoor de parasiet sterft. Mijten behoren, net als teken, tot de klasse van de spinachtigen. Ze zijn dus familie van de spin en kennen een zelfde opbouw van lichaam. Dit maakt dat ook het zenuwstelsel van de (vogel)spin aangetast wordt wanneer het dier in aanraking komt met permethrin. Onze eendagskuikens komen van verschillende broederijen vandaan. In de broederijen zelf wordt meestal niet gewerkt met een bloedluisbestrijder. Echter, er kan niet gegarandeerd worden dat de moederdieren er nooit mee behandeld zijn. Vooral de eerste eieren die een moederdier legt, kunnen daarom een kleine dosis permethrin bevatten. Op deze manier is het dus ook mogelijk dat de eerste kuikens een kleine dosis permethrin in zich hebben. Voor de kuikens vormt dit geen gevaar, maar voor een vogelspin die het kuikens vervolgens op eet, kan dit wel een groot risico vormen. Daarom raden wij u ten zeerste af om eendagskuikens aan uw vogelspin te voeren.
Planten bevatten veel verschillende stoffen. Flavonoïden, carotenoïden en antioxidanten zijn een aantal stoffen die veel in planten voorkomen. Deze stoffen worden ook wel fytochemicaliën genoemd. Sommige stoffen in planten kunnen bij een overmaat een negatief effect hebben op het lichaam. Deze stoffen worden ook wel fytotoxinen genoemd. Een van de meest voorkomende fytotoxinen zijn goitrogenen. Goitrogenen kunnen een negatief effect hebben op het dier omdat het de doorgang van jodium naar de schildklier kan blokkeren. Uiteindelijk kan dit leiden tot het ontstaan van verschillende aandoeningen zoals een struma, verharingsproblemen, vertraagde groei of lethargie. Er zijn drie verschillende soorten goitrogenen: goitrine, thiocyanaten en flavonoïden. Wanneer plantbestanden worden stukgemaakt door bijvoorbeeld kauwen of snijden dan worden de stoffen goitrine en thiocyanaten gevormd. Flavonoïden daarentegen zitten van nature al in plantbestanden. Een aantal van deze stoffen zijn goede antioxidanten maar er zijn ook flavonoïden die door darmbacteriën omgezet kunnen worden naar goitrogene verbindingen. In kleine hoeveelheden zijn goitrogenen niet schadelijk voor het dier. Echter moet er worden opgepast dat er niet te veel plantbestanden hoog aan goitrogenen worden gevoerd. Er zijn een aantal plantbestanden die veel goitrogenen bevatten zoals: spinazie, cassave, pinda’s, sojabonen, boerenkool, broccoli, spruitjes, kool, koolzaad, bloemkool, radijsjes en raapzaad. Het wordt geadviseerd om herbivoren dieren gevarieerde groente soorten te voeren om een overmaat aan goitrogenen. Daarnaast wordt het supplementeren van jodium afgeraden omdat dieren gevoelig zijn voor een overmaat aan jodium